In 2027 wordt verder invulling gegeven aan de versterking en structurele borging van integriteit binnen de organisatie. De activiteiten bouwen voort op de beleidsontwikkeling, onderzoeken en organisatorische versterking uit 2026.
De organisatiebrede integriteitsmeting uit 2026 wordt vergeleken met de meting uit 2024. De uitkomsten worden vertaald naar concrete prioriteiten en maatregelen in een integriteitsagenda voor de periode 2027–2030. Daarmee wordt de inzet gericht op de belangrijkste integriteitsrisico’s en ontwikkelpunten binnen de organisatie.
In 2027 ligt daarnaast de nadruk op het voortzetten van de in 2026 ingezette actualisering van het integriteitsbeleid en op de implementatie en toepassing daarvan binnen de organisatie. Het gaat onder meer om de gedragscode, het meldprotocol en andere bijbehorende instrumenten. Deze worden verbonden aan communicatie, de introductie van nieuwe medewerkers, trainingen en maatwerkinterventies binnen teams. Zo worden medewerkers en leidinggevenden ondersteund bij het herkennen van integriteitsrisico’s, het bespreken van dilemma’s en het zorgvuldig handelen in de praktijk.
De structurele inzet van een onafhankelijk gepositioneerde functionaris voor integriteit maakt het in 2027 mogelijk om signalen en meldingen zorgvuldig te behandelen, organisatiebrede integriteitsrisico’s tijdig te signaleren en deze te vertalen naar gerichte adviezen en preventieve maatregelen. Daarnaast worden de rollen en verantwoordelijkheden binnen het integriteitsdomein verder verduidelijkt en wordt de samenwerking tussen de betrokken functionarissen versterkt.
