Eigen vermogen
Het eigen vermogen van de gemeente is opgebouwd uit algemene reserves en bestemmingsreserves, waaronder egalisatiereserves. In het hoofdstuk Reserves wordt het verloop van de afzonderlijke reserves gedurende de planperiode nader toegelicht. Hieronder is de geraamde ontwikkeling van de totale reservepositie samengevat weergegeven.
Reserve | 31-12-2026 | 31-12-2027 | 31-12-2028 | 31-12-2029 | 31-12-2030 |
|---|---|---|---|---|---|
Algemene reserve | 64.285 | 55.211 | 53.560 | 50.175 | 47.758 |
Bestemmingsreserve | 141.960 | 137.602 | 127.798 | 123.722 | 121.168 |
Totaal | 206.245 | 192.813 | 181.357 | 173.897 | 168.926 |
Bedragen x € 1.000 | |||||
Vreemd vermogen
Voorzieningen die zijn gevormd voor verplichtingen, verliezen of kwantificeerbare risico's maken deel uit van het vreemd vermogen. Het verloop van de voorzieningen gedurende de planperiode is, inclusief een toelichting, opgenomen in het hoofdstuk Voorzieningen. Naast de voorzieningen bestaat het vreemd vermogen uit de opgenomen geldleningen. Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de geraamde ontwikkeling van het vreemd vermogen.
Vreemd vermogen (per 31-12) | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|---|
Voorzieningen | 21.425 | 22.003 | 21.975 | 21.127 | 21.660 |
Opgenomen geldleningen | 50.900 | 95.797 | 115.637 | 160.420 | 180.145 |
Totaal vreemd vermogen | 72.325 | 117.800 | 137.612 | 181.547 | 201.805 |
Bedragen x € 1.000 |
Solvabiliteit
De solvabiliteit geeft de verhouding weer tussen het eigen vermogen en het balanstotaal. De gemeenteraad heeft vastgesteld dat de solvabiliteit minimaal 30% dient te bedragen. Hoewel de solvabiliteit gedurende de planperiode afneemt, blijft deze ruimschoots boven de vastgestelde ondergrens. De daling wordt voornamelijk veroorzaakt door de afname van de bestemmingsreserves en de toename van de financieringsbehoefte als gevolg van investeringen. Het verloop van de solvabiliteit is in onderstaande tabel weergegeven
Solvabiliteit | % |
|---|---|
31-12-2026 | 58,5% |
31-12-2027 | 47,9% |
31-12-2028 | 44,0% |
31-12-2029 | 38,9% |
31-12-2030 | 36,4% |
Financieringspositie
In de paragraaf Financiering wordt ingegaan op de financieringspositie van de gemeente. Daarbij ligt de nadruk op het treasurybeleid, de financierbaarheid van de investeringsopgave en het beheersen van de renterisico's.
De financieringsbehoefte bestaat uit de investeringen in materiële, immateriële en financiële vaste activa, de grondexploitaties en overige vlottende activa. Tegenover deze behoefte staan de beschikbare financieringsmiddelen, bestaande uit reserves, voorzieningen, opgenomen langlopende geldleningen en vlottende passiva. Het verschil tussen de financieringsbehoefte en de beschikbare financieringsmiddelen vormt het financieringssaldo.
De financieringsbehoefte neemt gedurende de planperiode toe van € 337,1 miljoen ultimo 2026 naar € 448,9 miljoen ultimo 2030. Deze ontwikkeling wordt voornamelijk veroorzaakt door de omvangrijke investeringen in de komende jaren. De beschikbare financieringsmiddelen nemen eveneens toe, maar in een lager tempo. Hierdoor loopt het negatieve financieringssaldo op van € 5,3 miljoen ultimo 2026 naar € 25,0 miljoen ultimo 2030.
Om in de financieringsbehoefte te voorzien, wordt gedurende de planperiode een beroep gedaan op de geld- en kapitaalmarkt. Dit leidt tot een groei van de portefeuille langlopende geldleningen. De ontwikkeling van de financieringspositie is in onderstaande tabel weergegeven.
Financieringspositie per 31-12 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|---|
Financieringsbehoefte | |||||
Materiele en immateriële activa | 280.835 | 334.353 | 358.634 | 389.710 | 404.915 |
Financiële vaste activa | 18.998 | 18.959 | 18.927 | 18.900 | 18.878 |
Grondexploitaties | 12.751 | 9.581 | -5.040 | -1.218 | -0 |
Overige vlottende activa | 40.000 | 40.000 | 40.000 | 40.000 | 40.000 |
Totaal financieringsbehoefte (1) | 352.584 | 402.893 | 412.521 | 447.392 | 463.793 |
Financieringsmiddelen | |||||
Reserves | 206.245 | 192.813 | 181.358 | 173.897 | 168.926 |
Voorzieningen | 21.425 | 22.003 | 21.975 | 21.127 | 21.660 |
Opgenomen langlopende leningen | 50.900 | 95.797 | 115.637 | 160.420 | 180.145 |
Vlottende passiva | 60.031 | 60.031 | 60.031 | 60.031 | 60.031 |
Totaal financieringsmiddelen (2) | 338.601 | 370.644 | 379.001 | 415.475 | 430.762 |
Financieringssaldo (2-1) | -13.982 | -32.249 | -33.519 | -31.917 | -33.031 |
Bedragen x € 1.000 |
Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen
Van de onderstaande arbeidskosten gerelateerde verplichtingen met een ongelijkmatig uitgavenkarakter zijn de lasten in de exploitatiebegroting opgenomen. Het betreft:
Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|---|
Uitkeringen voormalig personeel | 302 | 286 | 274 | 281 | 281 |
Totaal | 302 | 286 | 274 | 281 | 281 |
Bedragen x € 1.000 |
Voor onderstaande arbeidskosten gerelateerde verplichtingen is een voorziening gevormd. Jaarlijks wordt de benodigde omvang van de voorziening bepaald. Het gaat om de volgende verplichting voor (voormalige) wethouders:
Voorziening arbeidskosten gerelateerde verplichtingen | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|---|
Voorziening ingegane pensioenen wethouders | 2.592 | 2.466 | 2.255 | 2.044 | 1.833 |
Voorziening toekomstige pensioenen wethouders | 3.696 | 3.903 | 4.110 | 4.317 | 4.524 |
Voorziening wachtgeld wethouders | 12 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Totaal | 6.300 | 6.369 | 6.365 | 6.361 | 6.357 |
Bedragen x € 1.000 |
Geprognosticeerde balans
In de volgende tabel zijn de geprognosticeerde balanscijfers opgenomen.
per 31 december | test | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|---|---|
Activa | ||||||
Vaste activa | Immateriële activa | 289 | 9.622 | 9.249 | 8.889 | - |
Materiële activa | 280.546 | 324.731 | 349.385 | 380.821 | 404.915 | |
Financiële activa | 18.998 | 18.959 | 18.927 | 18.900 | 18.878 | |
Vlottende activa | Onderhanden werk | 12.751 | 9.581 | -5.040 | -1.218 | -0 |
Vorderingen <1 jr | 30.000 | 30.000 | 30.000 | 30.000 | 30.000 | |
Liquide middelen | ||||||
Overlopende activa | 10.000 | 10.000 | 10.000 | 10.000 | 10.000 | |
Totaal activa | test | 352.584 | 402.893 | 412.521 | 447.392 | 463.794 |
Passiva | ||||||
Vaste passiva | Algemene reserve | 64.285 | 55.211 | 53.560 | 50.175 | 47.758 |
Bestemmingsreserves | 141.960 | 137.602 | 127.798 | 123.722 | 121.168 | |
Voorzieningen | 21.425 | 22.003 | 21.975 | 21.127 | 21.660 | |
Langlopende leningen | 50.900 | 95.797 | 115.637 | 160.420 | 180.145 | |
Vlottende passiva | Leningen <1 jr | 13.983 | 32.250 | 33.520 | 31.916 | 33.032 |
Overlopende passiva | 60.031 | 60.031 | 60.031 | 60.031 | 60.031 | |
Totaal passiva | test | 352.585 | 402.894 | 412.522 | 447.392 | 463.794 |
Bedragen x € 1.000 |
Emu-saldo (Europese Monetaire Unie)
Op grond van artikel 19 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) nemen gemeenten een raming van het EMU-saldo op in de begroting. De gemeentelijke begroting wordt opgesteld volgens het baten- en lastenstelsel, terwijl het EMU-saldo wordt bepaald op basis van ontvangsten en uitgaven (transactiebasis).
Het EMU-saldo is van belang voor de monitoring van het begrotingstekort van de gezamenlijke Nederlandse overheid. Op grond van de Europese begrotingsregels mogen lidstaten een begrotingstekort hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). Ook decentrale overheden leveren hieraan een bijdrage.
Het verschil tussen beide stelsels komt met name tot uitdrukking bij investeringen. In het baten- en lastenstelsel worden investeringen geactiveerd en via afschrijvingen ten laste van de exploitatie gebracht. Voor het EMU-saldo tellen investeringsuitgaven echter volledig mee in het jaar waarin de uitgaven plaatsvinden. Hierdoor kan sprake zijn van een negatief EMU-saldo, terwijl de begroting sluitend is.
De ontwikkeling van het EMU-saldo is hieronder opgenomen overeenkomstig het door het BBV voorgeschreven model.
EMU-saldo | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
1. | Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves | -14.173 | -12.123 | -7.840 | -5.394 |
2. | Mutatie (im)materiële vaste activa | 53.519 | 24.281 | 31.722 | 15.204 |
3. | Mutatie voorzieningen | 578 | -28 | -848 | 533 |
4. | Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) | -3.170 | -14.621 | 3.176 | 1.218 |
5. | Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwachte boekwinst bij verkoop (im)materiële vaste activa | - | - | - | - |
Berekend EMU-saldo (1-2+3-4-5) | -63.943 | -21.811 | -43.586 | -21.283 | |
Bedragen x € 1.000 | |||||
Wet Houdbare Overheidsfinanciën
De Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet HOF) vormt de Nederlandse uitwerking van de Europese begrotingsregels. Het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen dragen gezamenlijk verantwoordelijkheid voor het beheersen van het overheidstekort en de overheidsschuld. De wet bevat regels die bijdragen aan het bewaken van houdbare overheidsfinanciën en richt zich daarbij onder andere op de ontwikkeling van het EMU-saldo van de gezamenlijke decentrale overheden. Hierdoor wordt inzicht gegeven in de effecten van investeringen en andere financiële transacties op de overheidsfinanciën.
Vennootschapsbelasting (vpb)
Gemeenten zijn sinds 1 januari 2016 onder voorwaarden belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Uit de uitgevoerde beoordeling van de gemeentelijke activiteiten blijkt dat slechts voor een beperkt deel sprake is van vpb-plicht. De belastingplicht heeft betrekking op de exploitatie van reclameobjecten in de openbare ruimte, zoals abri's (reclame in bushokjes), mupi's (vrijstaande reclamezuilen), vergoedingen voor lichtmasten en A0-buitenreclame.
