Financiële begroting

Investeringsplan

De investeringen die de gemeente Leidschendam-Voorburg de komende jaren wil doen, zijn in de 1e tussentijdse rapportage 2026 opgenomen in het investeringsplan 2026-2030, die op 8 juli 2026 is vastgesteld (iBabs 4246). In Kadernota 2027-2030 zijn nieuwe of geïntensiveerde investeringen opgenomen en indexeringen verwerkt (iBabs 4273).
In de bijlage van deze begroting is per programma een gedetailleerd overzicht van de geplande investeringen opgenomen. In de onderstaande tabel zijn de lopende investeringen in de periode 2027-2030 opgenomen, inclusief de lasten in de planperiode 2027-2030.

Investeringsvolume

Programma

Totaal-krediet lasten

Totaal-krediet baten

2027

2028

2029

2030

Bestuur en ondersteuning

2.412

-

855

1.087

-

-

Mobiliteit

55.303

4.309

29.134

7.059

2.937

2.726

Jeugd en onderwijs

159.738

-

23.816

32.281

40.999

27.132

Sport, cultuur en erfgoed

26.261

542

13.283

2.770

4.271

3.263

Groen, milieu en duurzaamheid

118.620

507

18.492

17.377

17.804

10.393

Ruimte, Bouwen en wonen

23.061

-

1.198

1.342

2.684

4.474

Overhead

29.079

-

13.254

9.013

2.332

1.977

Eindtotaal

414.474

5.358

100.032

70.929

71.029

49.965

Bedragen x € 1.000

Separate investeringsvoorstellen
De investeringsprojecten huisvesting raad (iBabs 4415) en renovatie Hestar (iBabs 4396) zijn inmiddels door de raad vastgesteld en in het investeringsplan verwerkt. Datzelfde geldt voor de bijgestelde investering in bovenwijkse voorzieningen binnen de grondexploitatie Klein Plaspoelpolder (iBabs 4394).
Kruispunt Appelgaarde - Hofzichtlaan wordt nog met een separaat voorstel aan de raad voorgelegd.

Indexering
Bij het verwerken van het geactualiseerde investeringsplan in de begroting, is rekening gehouden met prijsindexering. Afhankelijk van de soort investering kunnen de indexeringen verschillen.

Fasering
De investeringen met de grootste financiële impact in de fasering betreffen die in onderwijshuisvesting (totaal ongeveer € 153 miljoen) en rioolprojecten (totaal circa € 120 miljoen). Deze projecten lopen door tot na 2029. Dat neemt niet weg dat in dit meerjarenperspectief een aantal projecten hun ‘piekuitgaven’ hebben. Voor onderwijshuisvesting valt de piek in de jaren 2028 en 2029 (€ 32 en € 40 miljoen), met name vanwege de geplande realisatie van het Maartenscollege. Voor de rioolprojecten ligt de piek vooral in de jaren 2027 tot en met 2029 (samen € 51 miljoen).

Stelpost kapitaallasten
In de begroting is rekening gehouden met de fasering uit het investeringsplan, waarbij tevens gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om een stelpost voor achterblijvende investeringsuitgaven op te nemen. In de praktijk vallen de investeringsuitgaven door verschillende omstandigheden namelijk lager uit dan vooraf gedacht. Om te voorkomen dat er in de begroting te veel kapitaallasten worden geraamd, wordt voor de nieuw te realiseren investeringen een afslag van 20% van de kapitaallasten opgenomen. Dit is op basis van het rekeningmodel zoals opgenomen in het gemeenschappelijk financieel toezichtskader van de provincie.

Bijstellingen investeringen 2e Turap 2026
Bij de 2e Tussentijdse rapportage 2026 zijn enkele aanpassingen op de lopende investeringskredieten opgenomen. De bijstellingen uit de 2e Turap zijn financieel verwerkt in de investeringsramingen zoals opgenomen in de begroting 2027-2030.

Berekening kapitaallasten

Voor de berekening van de kapitaallasten wordt de annuïteitenmethode toegepast. De afschrijvingstermijnen zijn in overeenstemming met de Financiële verordening. Met afschrijven wordt gestart in het jaar na ingebruikname van de investering. Investeringen met een verkrijgingsprijs van minder dan € 100.000 worden niet geactiveerd. Het gehanteerde rente-omslagpercentage is 1,2%.

Een aantal investeringen wordt (gedeeltelijk) gedekt door bijdragen van derden/subsidies en onttrekking uit bestemmingsreserves, zoals Reserve Dekking Afschrijvingslasten en Mobiliteit en Bereikbaarheid.

De berekende kapitaallasten voortvloeiend uit de actualisatie van het investeringsplan leveren in de begroting in het meerjarenperspectief mutaties op. Deze worden voornamelijk veroorzaakt door:

  • Fasering van grote(re) investeringen die een langere doorlooptijd kennen en door omstandigheden later opgeleverd worden;
  • De prijsindexering van de begrote investeringen die nog verwacht worden en nog niet zijn aanbesteed;
  • Nieuwe en vervangingsinvesteringen die eerder niet in het investeringsplan waren opgenomen.

Hieronder worden de belangrijkste oorzaken van schommelingen in de mutaties van de kapitaallasten in het meerjarenperspectief per programma toegelicht:

Bestuur en ondersteuning
De stijgende lijn in de kapitaallasten wordt veroorzaakt door de realisatie van enkele verduurzamingsprojecten voor maatschappelijk vastgoed in 2027 en de realisatie van het bedrijfsverzamelgebouw in de Herenstaat in Voorburg in 2028.

Mobiliteit
In 2026 en 2027 is er sprake van faseringen waardoor de kapitaallasten lager zijn.
Vanaf 2028 lopen deze weer op omdat er dan een aantal grotere projecten zijn gerealiseerd:

  • Herinrichting van de Veursestraatweg
  • Herinrichting Dr. Van Noortstraat
  • Project Fiets rondom de Mall
  • Project Randstad Railhalte
  • Inrichting servicecentrum begane grond  

De hogere kapitaallasten zijn ook een gevolg van prijsindexering van nog niet aanbestede projecten, zoals enkele fietsroutes en -paden, de herinrichting Dr. Van Noortstraat en Veursestraatweg.
De oplevering van parkeergarage Rijnlandstraat Noord is verschoven naar 2029. Ook zijn de kosten hiervan geïndexeerd. Gedeeltelijke dekking van de kapitaallasten is voorzien uit de reserve dekking afschrijvingslasten. De aanpassingen van de parkeergarage Oude haven is gefaseerd naar 2027, waardoor de kapitaallasten pas in 2028 worden opgevoerd.

Jeugd en onderwijs
Het integraal huisvestingsplan voor onderwijs is eind 2025 vastgesteld (iBabs 3211). Daarbij is een aantal scholen in uitvoeringsplanning gewijzigd. Voorbeelden daarvan zijn de Driemaster, de Vijverhof, de Maria Bernadette, Daltoncollege en Maartenscollege. Ook de investeringsomvang van een aantal scholen is bijgesteld, waardoor kapitaallasten hoger worden.
Het begin van het meerjarenperspectief laat daardoor een voordeel zien en vanaf 2030 een nadeel als gevolg van de oplevering van de diverse scholen.
In 2026 is een deel van de restantboekwaarde van het Maartenscollege afgeboekt, waarmee de kapitaallasten in de jaren 2027 en verder zijn verdwenen.

Groen, milieu en duurzaamheid
Voor de rioleringsprojecten is de volledige planning van het Uitvoeringsprogramma Riolering opnieuw beoordeeld, waarbij de planning realistischer is gemaakt. Dit betekent dat een aantal projecten later wordt uitgevoerd dan eerder was voorzien. De belangrijkste oorzaken zijn vertragingen bij projecten van andere partijen en de samenhang met andere gemeentelijke projecten. Ook zijn de beschikbare kredieten beoordeeld op de noodzaak tot indexering. Door de sterke prijsstijgingen in de grond-, weg- en waterbouw gaat het om een aanpassing van 9,68%, volgens de index GWW 42/43.

Sport, cultuur en erfgoed
De grootste verschillen in het meerjarenperspectief wordt veroorzaakt door de iets hogere kosten en fasering van de investeringsprojecten Westvliet-rugby, onderhoud sportaccommodaties en Forum Sport bovenlaag. Daarnaast wordt de bouw van de herinrichting en verduurzaming van Fluitpolderplein 10 en de bouw van de bibliotheek Fluitpolderplein 12 gerealiseerd in 2027, evenals de onderlaag veld 4 bij Forum Sport, waardoor de kapitaallasten vanaf 2028 stijgen.

Bouwen en wonen
De kapitaallasten in 2028 worden hoger omdat er dan twee voorbereidingskredieten worden afgerond voor de herontwikkeling locatie KJ44 en Van Santhorststraat 1-3.

Overhead
De kapitaallasten van de overhead bevatten voornamelijk investeringen in ICT, transportmiddelen benodigd voor beheer en onderhoud van de openbare ruimte, en gemeentelijke gebouwen.

De schommelingen in de kapitaallasten hangen vooral samen met ICT-investeringen. Deze investeringen kennen doorgaans een relatief korte afschrijvingstermijn. Daarnaast zijn toekomstige vervangingsinvesteringen moeilijk vooraf te ramen, omdat technologische ontwikkelingen kunnen leiden tot andere oplossingen, een ander investeringsmoment of een andere investeringsomvang dan nu voorzien. Hierdoor kunnen de kapitaallasten bij ICT-investeringen sterker fluctueren dan bij investeringen met een langere en meer voorspelbare levensduur.

Doordat de huisvesting voor Stadsbeheer en de Raadzaal zijn gefaseerd naar een later jaar, laten de kapitaallasten tot 2028 een verlaging zien. Daarna komen de investeringslasten van deze huisvesting in beeld.

Deze pagina is gebouwd op 09/23/2026 12:31:02 met de export van 09/23/2026 12:23:58