Paragrafen

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

In onderstaande tabel zijn de risico’s gekwantificeerd, waarbij door een inschatting van de kans dat de gebeurtenis zou kunnen optreden, het risicoprofiel ontstaat.

Omschrijving

Maximale omvang

Kans
(in procent)

Gemiddelde omvang

Risicoprofiel

Gemeentefonds

Uitkeringen Gemeentefonds

4.500

70

2.250

1.575

Grondexploitaties

Grondexploitatie

2.760

Risk-mapping

2.760

2.760

Open-einde regelingen

Specifieke uitkeringen (niet BUIG)

4.400

30

2.200

660

Bijstandsuitkeringen (BUIG)

3.400

30

1.700

510

Jeugdhulp

3.200

70

1.600

1.120

Wmo

2.100

70

1.050

735

Overige

Risico cyberaanvallen

9.900

30

4.950

1.485

Dividend

2.864

30

1.432

429

Bodemsaneringen

1.500

10

750

75

Bouwleges

1.000

70

500

350

Rente

507

10

253

25

Stikstofproblematiek

PM

Ontwikkelingen in de arbeidsmarkt

PM

Onderwijshuisvesting

PM

Netcongestie

PM

Totaal

9.724

Bedragen x € 1.000

Hieronder wordt nader op de risico’s ingegaan.

Gemeentefonds

Uitkeringen Gemeentefonds

De gemeente loopt het risico dat de inkomsten uit het Gemeentefonds lager uitvallen door aanpassingen op Rijksniveau. De inkomsten kunnen tegenvallen door:
1. Ontwikkeling van het accres gemeentefonds
2. Onvoldoende prijscompensatie voor loon- en prijsstijging
3. Een lagere onderbesteding of overbesteding van het btw-compensatiefonds met als gevolg een lagere algemene uitkering uit het Gemeentefonds
4. Rijksingrijpen

Beheersmaatregelen:

De beheersmaatregelen beperken zich tot het voortdurend volgen van de ontwikkelingen van het Gemeentefonds en het actualiseren van de ramingen aan de laatste ontwikkelingen en maatstaven. Daarnaast neemt de gemeente deel aan de overleggen die de VNG organiseert met betrekking tot de ontwikkelingen rondom het gemeentefonds en wordt deelgenomen aan gesprekken binnen de M50, het netwerk van middelgrote gemeenten.

Toelichting:

Gezien de macro-economische ontwikkelingen lijkt de kans dat het Rijk de komende jaren zal (moeten) bezuinigen reëel. Wereldwijde ontwikkelingen zoals de voortdurende oorlog in Oekraïne hebben impact op de Nederlandse economie. Dit blijft lastig in te schatten, maar vormt een risico. Het gemeentefonds omvat voor Leidschendam-Voorburg in 2027 ongeveer € 181 miljoen per jaar. Ondanks de voorzichtige raming van de groei (accres), blijft de kans reëel dat de groei van het gemeentefonds (op basis van het historisch BBP) mogelijk lager uitvalt. Een lagere groei van 1% betekent een lagere uitkering gemeentefonds van circa € 1,81 miljoen. Gezien de grote economische onzekerheden schatten we de kans hoog in.

Op basis van prijsstijgingen nemen de gemeentelijke lasten toe. Via de algemene uitkering ontvangen gemeenten jaarlijks compensatie voor loon- en prijsstijging. Het risico bestaat dat er op basis van de nieuwe BBP-systematiek niet altijd voldoende compensatie is om de prijsstijgingen op te vangen. Dit kan doordat de compensatie te laag is, maar er kan ook sprake zijn van een tijdelijk tekort doordat compensatie later plaatsvindt dan het prijseffect in de gemeentelijke lasten. Op basis van de inmiddels stabiliserende/ dalende inflatie wordt uitgegaan van een risico van maximaal 1% van de uitkering gemeentefonds, wat neerkomt op € 1,81 miljoen, waarbij de kans hoog wordt ingeschat.

De afgelopen jaren is er landelijk door de gemeenten een steeds groter beroep gedaan op het btw-compensatiefonds. Het risico bestaat dat er niet langer sprake zal zijn van een onderbesteding en de gemeente de geraamde inkomsten van € 0,84 miljoen per jaar (deels) niet zal ontvangen. Dit risico wordt gemiddeld ingeschat.

Het totale risico komt hiermee uit op afgerond € 4,5 miljoen.

Grondexploitaties

Grondexploitatie

De grootste risico’s bij de grondexploitatie zijn prijsstijgingen voor civiele werken door markt- en wereldomstandigheden, vertraging in de projecten door veranderde programmaeisen en marktsituatie (bijv eisen betaalbare woningbouw en netcongestie).

Beheersmaatregelen:

Het risico wordt gemitigeerd goede afstemming en in overleg blijven met (markt)partijen. Daarnaast vindt er heldere communicatie plaats over kwaliteit in relatie tot budgetten.

Toelichting:

Het risicoprofiel is berekend door middel van de Risk Mapping-methode. Het risicoprofiel is bepaald met een waarschijnlijkheid van 80%. Dat wil zeggen dat op basis van de uitgevoerde risicoanalyse, een risicobuffer ter grootte van het berekende risicoprofiel met een waarschijnlijkheid van 80% toereikend is om de financiële risico’s van de grondexploitatie op te vangen. Het risicoprofiel voor Vlietvoorde komt uit op € 0,89 miljoen, het risicoprofiel voor Klein Plaspoelpolder (KPP) bedraagt € 1,36 miljoen en het risicoprofiel voor De Star bedraagt € 0,5 miljoen. Vertrouwelijke informatie over de risico's worden toegelicht in het meerjarig programma grondexploitaties (MPG).

Open-einde regelingen

Wmo

De Wmo is een open einde-regeling en kent daardoor geen bestedingsplafond. Hierdoor moet de gemeente ondersteuning blijven leveren aan haar inwoners, ook als het budget niet toereikend is.

Beheersmaatregelen:

Bij het toekennen van voorzieningen wordt vooral gekeken naar wat de inwoners nog zelf kunnen. Door dit maatwerk worden kosten beperkt. De vraag naar zorg uit de Wmo wordt verder voortdurend gemonitord en de budgetten worden periodiek bijgesteld aan de hand van actuele prognoses. De invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage is uitgesteld naar 1 januari 2028. Dit betekent dat het huidige abonnementstarief wordt vervangen door een bijdrage die meebeweegt met het inkomen en vermogen van de inwoner. De maatregel is bedoeld om Wmo-ondersteuning betaalbaar te houden en de druk op gemeentelijke voorzieningen te reguleren.

Toelichting:

De omvang van het risico op overschrijding van het Wmo-budget wordt geschat op 10% van het Wmo-budget (Begeleiding, Dagbesteding, Beschermd Wonen, Huishoudelijke ondersteuning, Hulpmiddelen, Collectief vervoer en Woonvoorzieningen). De kans op het ontstaan van tekorten op de Wmo-budgetten wordt hoog ingeschat.

Jeugdhulp

Jaarlijks wordt de begroting van de jeugdzorguitgaven geactualiseerd aan de laatste trendmatige ontwikkeling. Het risico bestaat dat deze ontwikkeling van de jeugdzorguitgaven te laag is ingeschat.

Beheersmaatregelen:

Regionaal en lokaal worden maatregelen getroffen om de groei van de jeugdzorguitgaven te beheersen. Hierbij wordt gestuurd op passende inzet van jeugdhulp, beheersing van de uitgaven en verdere optimalisatie van de regionale samenwerking. Daarnaast wordt gewerkt aan de voorbereiding van de nieuwe inkoop van jeugdhulp. Met het Actieplan Jeugd wordt ingezet op tijdige en passende ondersteuning, zodat de zorg toegankelijk blijft voor inwoners die deze het hardst nodig hebben en de kosten zoveel mogelijk worden beheerst.

Toelichting:

De jeugdzorguitgaven zijn sinds de decentralisatie in 2015 fors gestegen. De ontwikkeling van de uitgaven wordt beïnvloed door meerdere factoren, waaronder volume-ontwikkelingen, de zwaarte en complexiteit van de zorg, prijs- en indexontwikkelingen en landelijke ontwikkelingen binnen het jeugdstelsel. De maximale omvang van het risico wordt geschat op 10% van de begrote jeugdzorguitgaven van circa € 32 miljoen. De kans dat dit risico zich voordoet wordt ingeschat op 70%.

Bijstandsuitkeringen (BUIG)

In 2022 heeft het Rijk het macrobudget van de BUIG (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten) naar beneden bijgesteld. Sinds dat moment heeft de gemeente Leidschendam-Voorburg regelmatig een negatief verschil tussen de verstrekte uitkeringen en de ontvangst van het Rijk (tekort BUIG). Het Rijk houdt rekening met een lager aantal uitkeringsgerechtigden dan de gemeente in werkelijk heeft. Het tekort is in de begroting meegenomen, maar het risico is dat door prijsstijgingen of volumecorrecties dit verschil groter wordt. Daarnaast is er sprake van een T-2 financiering, wat met name voor de nieuwe doorstroomlocatie voor statushouders naar verwachting een groot negatief effect zal hebben.

Beheersmaatregelen:

Het Rijk bepaalt jaarlijks het macrobudget van de BUIG (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten) en stelt dit twee keer per jaar bij.
Vanaf 2027 is de verwachting dat er weer sprake is van een tekort, deze hangt sterk samen met de mate waarin de taakstelling van de statushouders (Spreidingswet) ingevuld kan worden

Toelichting:

De verdeling van het macro BUIG-budget vindt plaats op basis van uitgangspunten die het Rijk bepaalt. De loonkostensubsidie (LKS) is een los onderdeel en wordt bepaald op basis van de uitgaven van het voorgaande jaar. Hiermee probeert het Rijk gemeenten te stimuleren gebruik te maken van dit instrument. Voor het overige deel zijn gemeenten eigen risico-drager. Het Rijk vraagt aan gemeenten wel een gedetailleerde jaarlijkse verantwoording (SiSa), waarmee gecontroleerd wordt of de gebruikte uitgangspunten nog valide zijn. Indien er in drie jaren opeen sprake is van een tekort, kunnen gemeenten in aanmerking komen voor de vangnetregeling.
De maximale omvang van het risico is bepaald op 10% van het BUIG-budget van 2026. De kans dat dit risico optreedt wordt als gemiddeld ingeschat, namelijk 30%.

Specifieke uitkeringen (niet BUIG)

Bij een specifieke uitkering bestaat het risico dat de definitief toegekende subsidie lager uitpakt dan de voorlopige subsidie en/of dat de werkelijke gemaakte kosten de begrote lasten overschrijden vanwege het open-eindekarakter van de regeling.

Beheersmaatregelen:

De ontwikkelingen op de diverse regelingen wordt vanuit beleid en de periodieke budgetbewaking in het kader van de P&C-cyclus voortdurend gemonitord. Indien nodig wordt via de tussentijdse rapportages de gemeenteraad verzocht de begroting aan te passen.

Toelichting:

De gemeente ontvangt voor de uitvoering van een aantal specifieke taken, specifieke uitkeringen van de Rijksoverheid of mede-overheden. Sommige van deze specifieke uitkeringen kennen een min of meer structureel karakter, zoals:
· Onderwijsachterstandenbeleid;
· Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (BBZ).
Daarnaast zijn er de afgelopen jaren veel nieuwe taken bij gemeenten belegd welke worden gefinancierd door middel van specifieke uitkeringen met elk hun eigen regels over verantwoording. Het rijk heeft inmiddels ook een aantal specifieke uitkeringen met 10% gekort.

De financiële omvang van het risico is bepaald op circa 10% van de begrote Rijksbijdragen over 2027. De kans dat dit risico optreedt wordt als gemiddeld ingeschat, namelijk 30%.

Overige

Risico cyberaanvallen

Er is sprake van een structureel en toenemend risico op cyberaanvallen die kunnen leiden tot verstoring van de gemeentelijke dienstverlening, verlies van gegevens en financiële schade. Gemeenten blijven een aantrekkelijk doelwit, mede door hun publieke taak en de toenemende afhankelijkheid van digitale systemen en ketenpartners. Het risico neemt de komende jaren naar verwachting niet af. Dit komt door toenemende digitalisering en afhankelijkheid van ICT, groeiende complexiteit van leveranciersketens, verdere professionalisering van cybercriminelen en geopolitieke ontwikkelingen die de dreiging beïnvloeden.

Beheersmaatregelen:

Vanaf 2024 wordt intensief ingezet op de versterking van de digitale weerbaarheid, onder andere in het kader van de Europese NIS2-richtlijn en de aankomende Cyberbeveiligingswet. De gemeente is hiermee aangemerkt als essentiële entiteit en dient te voldoen aan zwaardere eisen op het gebied van informatiebeveiliging.
Met de uitvoering van het programma NIS2/BIO en aanvullende technische en organisatorische maatregelen in 2025 en verder, wordt gewerkt aan het verhogen van de weerbaarheid van organisatie, systemen en infrastructuur en het beperken van de risico’s van cyberincidenten.

Toelichting:

De kans dat organisaties worden geraakt door cyberincidenten is de afgelopen jaren verder toegenomen. Uit recente dreigingsbeelden van onder andere de Informatiebeveiligingsdienst voor gemeenten blijkt dat gemeenten te maken hebben gehad met incidenten, waaronder incidenten in de leveranciersketen. Op basis hiervan wordt de kans ingeschat op 30%. De maximale financiële impact van een cyberincident is afhankelijk van de duur en omvang van de verstoring en omvat zowel directe als indirecte schade (onder meer herstelkosten, inhuur, gemiste dienstverlening en mogelijke juridische gevolgen). De maximale omvang van het risico is gebaseerd op voorbeelden die zich bij andere gemeenten hebben voorgedaan.

Bodemsaneringen

Er zijn verschillende locaties binnen de gemeente waarvan bekend is dat de bodem verontreinigd is, maar waarvan nog niet duidelijk is of, en zo ja, wanneer de bodemverontreiniging gesaneerd moet worden. Ook speelt hierbij een rol of de kosten verhaald kunnen worden op de veroorzaker of (voormalige) eigenaar van de vervuilde locatie. Het beheer alsmede de risico’s van de nazorglocatie aan de Nieuwstraat, ligt sinds 2022 bij de provincie en niet meer bij de gemeente. Onverwachte zaken in de bodem, zoals begin 2022 het dumpen van drugsafval in het recreatiegebied Vlietland waarbij de bodem werd verontreinigd, komen vooralsnog maar sporadisch voor. Recent heeft de GGD, op advies van het RIVM, advies gegeven over hoe om te gaan met verhoogde gehalten aan lood in grond om gezondheidsrisico voor kleine kinderen te voorkomen.

Beheersmaatregelen:

Om eventuele risico's te beperken worden door de gemeente bodemonderzoeken uitgevoerd bij aankoop van gronden. Eventuele financiële effecten worden meegenomen in de bepaling van de grondprijs. Om risico’s en onzekerheden inzake de ondergrond (bodem) te verkleinen, worden de komende jaren diverse kaarten gemaakt om voor iedereen (intern en extern) inzichtelijk te maken wat de risico's inzake de bodem zijn. Niet alleen bodemverontreiniging is van belang maar ook Warmte Koude Opslag (WKO), geothermische omstandigheden, draagkracht van de bodem, bodemdaling/verzakkingen, archeologie, enzovoort. De gemeente is bronhouder voor het correct aanleveren van geologische grondboringen, grondwatermeetnet en WKO-installaties aan Basis Registratie Ondergrond (BRO). Jaarlijks legt de gemeente via de Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA) verantwoording af aan het rijk.

Toelichting:

De verschillende financiële risico’s over bodemsanering, evenals de nieuw ontdekte VOCL-verontreiniging en de onzekerheid over PFAS, staalslakken en zogenaamde zorgwekkende stoffen, bedragen, na beoordeling, € 1,5 miljoen.

Dividend

Jaarlijks ontvangen de aandeelhouders van de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) en Stedin over de gemaakte winst een dividenduitkering. De resultaten van de BNG en Stedin zijn onderhevig aan exogene factoren. Dit kan ertoe leiden dat resultaten en de daarmee samenhangende dividenduitkeringen tegenvallen.

Beheersmaatregelen:

Gedurende de Planning & Control-cyclus worden de ontwikkelingen op dit risico nauwlettend gemonitord en zal de begroting indien nodig worden bijgesteld.

Toelichting:

De kans bestaat dat in enig jaar het dividend tegenvalt door tegenvallende resultaten van de betreffende onderneming. De maximale omvang van het risico van de BNG en Stedin is gelijk aan het verwachte dividend van € 2.864.000 in 2027.

Bouwleges

De inkomsten van de bouwleges worden jaarlijks geraamd op basis van de bouwaanvragen die bekend zijn en worden verwacht. Aanvragen worden in de praktijk regelmatig uitgesteld of gaan soms niet door. Ook worden nieuwe aanvragen ingediend waarmee geen rekening is gehouden. Dit maakt de inkomsten voor de bouwleges onvoorspelbaar, waardoor een fasering bij grote bouwaanvragen een significant effect heeft op de begroting.

Beheersmaatregelen:

Periodiek wordt een inschatting gemaakt van de te verwachten bouwaanvragen (projecten). In de tussentijdse rapportages worden mutaties naar aanleiding van deze analyses verwerkt.

Toelichting:

De maximale omvang wordt op € 1 miljoen geschat en is gebaseerd op het begrootte bedrag aan legesinkomsten in 2027 en de afwijkingen in het verleden. Doordat bouwaanvragen kunnen worden uitgesteld of niet doorgaan, zijn de inkomsten voor de bouwleges onvoorspelbaar en wordt de kans dat het risico zich voordoet op 70% ingeschat.

Rente

Het renterisico betreft het risico dat de gemeente loopt bij onvoorzien hoge rentestijgingen bij (nieuw) aan te trekken geldleningen.

Beheersmaatregelen:

Op de schatkistrekening staan de overtollige liquide middelen gestald. Bij het aantrekken van toekomstige leningen wordt mogelijk meer gebruik gemaakt van lineaire leningen. Bij lineaire leningen worden aflossingen meer gespreid over de tijd en neemt ook het renterisico bij herfinanciering af.

Toelichting:

Het is mogelijk dat er medio 2027 een beperkt aantal nieuwe langdurige geldleningen moet worden aangetrokken. Ten tijde van het samenstellen van de begroting 2027 waren de rentetarieven op de kapitaalmarkt (licht) stijgende. Indien de huidige leningenportefeuille geherfinancierd moet worden tegen een rente die 1% hoger uitvalt, dan is het effect circa € 507.000. De kans dat de marktrente op korte termijn verder fors zal stijgen is onwaarschijnlijk, maar ook, gezien de omstandigheden, lastig in te schatten.

Stikstofproblematiek

De neerslag van een overmaat aan stikstof in beschermde, kwetsbare natuurgebieden heeft een ingrijpend negatief effect op de biodiversiteit. De soortenrijkdom en daarmee de kwaliteit van de natuur in deze gebieden neemt af naarmate er meer stikstof in de grond neerslaat.

Tot 2019 vormde het ‘Programma Aanpak Stikstof’ (PAS) de basis om toestemming te kunnen verlenen voor bouwplannen en andere ruimtelijke ontwikkelingen, die een bijdrage (kunnen) leveren aan de neerslag van stikstof in de beschermde Natura 2000-gebieden. Het PAS liep vooruit op de verwachte positieve effecten van toekomstige maatregelen om de nadelige gevolgen van het neerslaan van stikstof in natuurgebieden te verminderen. Op die manier zorgde het PAS voor ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. In mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State echter een streep door de toepassing van het PAS gezet. De Afdeling oordeelde dat onvoldoende zeker is dat toekomstige maatregelen de verwachte gunstige effecten zullen kunnen waarmaken. Het PAS als onderbouwing voor het verlenen van toestemming voor bouw- en andere activiteiten, die voor een toename van de neerslag van stikstof in natuurgebieden kunnen zorgen, is daardoor weggevallen.

Beheersmaatregelen:

Gedurende de P&C-cyclus worden de ontwikkelingen rond dit risico nauwlettend gemonitord. Waar nodig worden maatregelen genomen om het risico te beperken of zoveel als mogelijk uit te sluiten.

Toelichting:

De eerder gesignaleerde trend, dat de ruimte voor nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving steeds verder wordt ingeperkt zolang er geen meer structurele oplossingen worden gevonden om de stikstofdepositie op kwetsbare natuurgebieden te beperken, zet zich nog steeds door.

Op 26 juni 2026 presenteerde het kabinet Jetten zijn plannen om Nederland van het ‘stikstofslot’ te halen. Die plannen voorzien in een breed maatregelenpakket. Dit moet zorgen voor duidelijkheid voor sectoren die stikstof uitstoten, natuurherstel en ruimte om weer te kunnen bouwen. Naast doelen op bedrijfsniveau, die vooral de agrarische sector betreffen, wordt ingezet op maatregelen voor en investering in natuurherstel. Ook wordt een nieuwe rekenkundige ondergrens voor stikstofdepositie ingevoerd. Dat moet ervoor zorgen dat activiteiten met een beperkte stikstofneerslag, zoals in de woningbouw, energietransitie en infrastructuur, eenvoudiger gerealiseerd kunnen worden. Of en in hoeverre dit pakket aan maatregelen voldoende (aantoonbaar) effectief zal zijn, op voldoende juridisch en politiek draagvlak kan rekenen en er dus daadwerkelijk weer meer ruimte zal ontstaan voor bouw- en overige plannen, zal de komende tijd moeten blijken. De implementatie van de plannen moet immers nog starten

Vooral voor de relatief omvangrijke ruimtelijke projecten, zoals bijvoorbeeld De Star of de Veurse Achterweg, blijft daarom onverminderd het dringende advies om tijdig een AERIUS-berekening van de gebruiks- én bouwfase te laten uitvoeren en daarbij ook de mogelijkheden voor emissiereductie in beide fasen te verkennen. Alleen zo kunnen de mogelijke risico’s actief en tijdig gemonitord worden en kan er waar nodig bijgestuurd worden op programma, fasering en andere emissie gerelateerde factoren.

De maximale omvang van dit risico is moeilijk te kwantificeren. Daarnaast is, vooral bij kleinere projecten, de kans relatief klein dat dit risico zich voordoet. De ervaring tot en met medio 2026 leert dat in Leidschendam-Voorburg de effecten van de stikstofproblematiek bij de ruimtelijke planvorming beperkt zijn gebleven.

Ontwikkelingen in de arbeidsmarkt

De arbeidsmarkt is nog altijd krap en zal op korte termijn niet veranderen. We hebben hierdoor te maken met het langer zoeken naar de juiste match of dat de juiste match niet meer te vinden is. Dit betekent dat we als organisatie flexibeler moeten schakelen op de inhoud van een vacature met bijvoorbeeld jobcarving of de inzet AI, of mensen, al dan niet intern, opleiden totdat ze de juiste skills hebben. Ook de doorlooptijd en behandeltijd van een vacature vragen om een andere benadering.

Beheersmaatregelen:

Extra inspanningen zijn ingezet om het imago van Leidschendam-Voorburg als werkgever te verbeteren en meer geschikte kandidaten te motiveren om bij Leidschendam-Voorburg te solliciteren. Extra aandacht gaat ook uit naar het beter intern managen van talent en bieden van ontwikkelkansen aan medewerkers om hen langer te behouden.

Toelichting:

Het aantrekken en behouden van geschikte kandidaten kan zorgen voor hogere incidentele extra kosten, zoals inzet assessments, opleidingskosten en aanbrengbonus.

Onderwijshuisvesting

Scholen voorzien in adequate huisvesting is een wettelijke taak van de gemeente. Onderwijsprojecten zijn de afgelopen jaren steeds complexer geworden; dit zijn langlopende projecten waarbij de nodige risico’s de kop op kunnen steken die kunnen leiden tot vertraging van het proces. Afhankelijk van de fase waarin de vertraging optreedt, kan deze een kostenverhogend effect hebben.

Beheersmaatregelen:

- Uitvoeren vastgesteld Integraal Huisvestingsplan (IHP) op basis van uitvoeringskader
- Investeringsoverzicht en planning opstellen en actueel houden
- Bijeenbrengen van budgetten en/of subsidiegelden
- Maken van afspraken met de schoolbesturen over de invulling van het bouwheerschap
- Huisvestingsopgave definiëren door het opstellen van een businesscase (ruimtelijk en financieel)

Toelichting:

In december 2025 is het Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor Primair en Voortgezet Onderwijs 2025-2040 vastgesteld. Het IHP heeft een scope van 16 jaar, waarbij voor de eerste vier jaar een uitvoeringskader is opgesteld. Voor de resterende 12 jaar wordt in het IHP een doorkijk geschetst.Iedere 4 jaar wordt het IHP herijkt op basis van leerlingprognoses en actuele ontwikkelingen.

Netcongestie

Door toenemende netcongestie bestaat het risico dat nieuwe of verzwaarde elektriciteitsaansluitingen niet tijdig beschikbaar zijn. Hierdoor kunnen gemeentelijke projecten, zoals woningbouw, de nieuwbouw van scholen, de mobiliteitstransitie en de verduurzamingsopgave, vertraging oplopen. Dit kan leiden tot uitstel van beleidsdoelen, fasering van projecten en mogelijk hogere uitvoeringskosten.

Beheersmaatregelen:

Om de gevolgen van netcongestie zoveel mogelijk te beperken wordt vroegtijdig afgestemd met de netbeheerder en worden, waar mogelijk, tijdig aanvragen voor netcapaciteit ingediend. Voor de nieuwbouw van scholen kan vanaf 1 oktober 2026 voor projecten uit het Integraal Huisvestingsplan Scholen tijdig prioriteit voor een netaansluiting worden aangevraagd.
Voor de mobiliteitstransitie worden maatregelen toegepast zoals slim laden, het verschuiven van laadtijden en het gereguleerd beperken van laadvermogen tijdens piekmomenten. Binnen de verduurzamingsopgave wordt daarnaast onderzocht of tijdelijke oplossingen, zoals hybride warmte-oplossingen, kunnen bijdragen aan het beperken van de gevolgen van netcongestie.
Ondanks deze maatregelen blijft de gemeente afhankelijk van de beschikbare netcapaciteit en de planning van de netbeheerder, waardoor vertragingen niet volledig kunnen worden voorkomen.

Toelichting:

Toenemende netcongestie vormt een risico voor de uitvoering van verschillende gemeentelijke opgaven. Met name projecten die zich nog in de verkennings- of opstartfase bevinden, lopen een toenemend risico op vertraging doordat nieuwe of verzwaarde netaansluitingen niet tijdig beschikbaar zijn. Voor reeds vergevorderde bouwprojecten lijkt dit risico op dit moment beperkter.
Naast de woningbouwopgave kunnen ook de nieuwbouw van scholen, de uitrol van laadinfrastructuur en de verduurzamingsopgave worden geraakt. Voor de mobiliteitstransitie zijn op dit moment nog beheersmaatregelen beschikbaar waardoor de gevolgen vooralsnog beperkt blijven. Binnen de energietransitie kan netcongestie er echter toe leiden dat tijdelijke tussenoplossingen, zoals hybride warmteoplossingen, noodzakelijk zijn om de voortgang van de verduurzaming zoveel mogelijk te waarborgen.

Deze pagina is gebouwd op 09/23/2026 12:31:02 met de export van 09/23/2026 12:23:58